Vraag

Beste meneer/mevrouw,

Op 24 juni 2018 vroeg ik een WW-uitkering aan vanwege het einde van mijn contract op 1 juli 2018. Op 25 juni kreeg ik een beslissing over mijn aanvraag van een medewerker van het UWV toegestuurd. Bij de loongegevens die bij het UWV bekend zijn, ontdekte ik een aantal afwijkingen. Ik diende daarom een correctieverzoek in. Het heeft betrekking op mijn laatste werkgever (universiteit). Het salaris dat bij het UWV bekend is klopt, maar het staat niet onder de juiste maanden vermeld. Mijn loon van april 2018 staat bekend als mijn loon van mei 2018 en mijn loon van mei 2018 staat bekend als mijn loon van juni 2018. Dit is van invloed op de hoogte van mijn dagloon, aangezien er voor mijn WW-uitkering tot en met de maand mei 2018 wordt gekeken.
Een medewerker van het UWV adviseerde mij telefonisch contact op te nemen met de salarisadministratie van mijn werkgever (universiteit). Dit heb ik gedaan. Zij gaven echter aan dat het salaris op de juiste wijze door is gegeven en dat het in hun systeem goed bekend staat (als het salaris van april en mei 2018 in plaats van mei en juni 2018 zoals bij het UWV bekend is). Zij konden dit dus niet voor me veranderen, aangezien het al op de juiste wijze is uitgevoerd. Ik nam daarom weer contact op met het UWV. Opnieuw gaf een medewerker aan dat zij dit niet voor mij aan kon passen. Ik moest daarvoor volgens deze medewerker bij de belastingdienst zijn. Ik volgde dit advies op en belde de belastingtelefoon. Deze mevrouw vertelde mij dat werkgevers twee mogelijkheden hebben om het salaris door te geven, namelijk via loon-in-systematiek en loon-over-systematiek. Mijn werkgever heeft voor de laatste optie gekozen (mogelijk vanwege mijn declaratiecontract), waardoor het kan lijken dat mijn salaris over de volgende maand gaat. Dat is echter niet het geval, wat ook zwart-op-wit in mijn loonstroken terug is te zien (onder opmerkingen in de tabellen staat april en mei 2018 vermeld). De medewerker van de belastingdienst gaf aan dit niet aan te kunnen passen, maar het UWV te adviseren naar de loonstrook te kijken in plaats van het moment van indienen. Volgens haar leidt dit normaal gesproken niet tot problemen wat ook mijn werkgever eerder aangaf. Met deze informatie belde ik terug naar het UWV. Helaas trof ik opnieuw een medewerker die aangaf weinig van deze zaken te weten. Ik zou terug worden gebeld door mijn contactpersoon. Zij belde mij op met het nieuws dat ze tot haar spijt niets voor mij kon betekenen. Ze begreep echter de complexiteit en machteloosheid van mijn situatie en verzocht me daarom een bezwaarschrift bij het UWV in te dienen. De wijziging heeft volgens haar namelijk een behoorlijke invloed op mijn dagloon en daarmee op de hoogte van mijn uitkering. Het gaat er dus om dat ik zwart-op-wit in mijn loonstroken aan kan tonen dat mijn loon over de maanden april en mei 2018 gaat (en niet over de maanden mei en juni 2018) en dus recht heb op het dagloon waarvoor ik de afgelopen tijd heb gewerkt.
Ik ben de dupe van een systeem waar ik zelf geen invloed op heb of heb gehad. Zowel medewerkers van het UWV, mijn werkgever als de belastingdienst snappen mijn situatie volkomen en geven aan dat ik recht heb op deze aanpassing, maar kunnen dit geen van allen voor me veranderen.
Bovenstaande informatie heb ik verwerkt in een bezwaarschrift op advies van mijn contactpersoon van het UWV. Na een aantal weken kreeg ik een reactie op mijn bezwaarschrift met de informatie dat ik inderdaad de dupe ben van het systeem, maar dat daar voor mij niets aan veranderd kan worden. Er was nog een mogelijkheid een rechtszaak aan te gaan, maar die kosten zijn voor mijn rekening als ik deze verlies en de medewerker van het UWV schatte mijn winst klein in. De keuze was daarom snel gemaakt en dat was daarmee ook het einde van het traject.
Via deze weg zou ik graag uw mening/kennis/ervaring over deze of soortgelijke situaties horen. Zijn er nog stappen die ik kan zetten? Ik hoor graag van u.
Alvast bedankt.

Deel deze vraag

1 Reactie

1 De mogelijkheid die u hebt is inderdaad het aantekenen van beroep bij de rechtbank. Dat moet echter wel gebeurd zijn binnen zes weken na de beslissing op het bezwaarschrift van het UWV.Die zes-weken-termijn is overigens ook in de beslissing van het UWV vermeld. Indien de termijn binnenkort dreigt te verstrijken, zou u in eerste instantie ook pro forma beroep kunnen instellen. Dit om de zes-weken-termijn te redden. U krijgt dan een termijn van 4 weken van de rechtbank om de gronden (motivering) in te dienen. Het griffierecht is niet zo hoog, namelijk 46 euro.
Vers twee is uiteraard wel wat uw kansen zijn in beroep. Ik ben graag bereid om e.e.a. met u te bespreken.

Bedankt voor uw stem!

Beoordeel:
* * * * *

Niet het antwoord dat u zocht?

Kies een onderwerp:
Relevante zoekterm:

Welkom terug. Om te reageren of om contact op te nemen dient u eerst in te loggen. Klik op onderstaande knop log in om in te loggen.

Log in
Sluit scherm